De Icefields Parkway, officieel Highway 93 North, verbindt Lake Louise met Jasper over een afstand van 232 kilometer. De weg volgt de hoofdkam van de Rockies en loopt langs meer dan honderd gletsjers, turquoise meren en watervallen. Zonder te stoppen rijd je het in ruim drie uur, maar dat doet niemand: reken op een volle dag, of verdeel de rit over twee dagen. Hieronder vind je de belangrijkste stops van zuid naar noord, en wat je vooraf moet regelen.
Voor je vertrekt
- Parkpas. De weg loopt door Banff en Jasper National Park; je hebt een geldige pas van Parks Canada nodig, ook als je alleen doorrijdt. Aan het begin van de weg staat een controlepost.
- Tanken. Er is maar één tankstation onderweg, bij Saskatchewan River Crossing, ongeveer 80 kilometer ten noorden van Lake Louise. De brandstof is er duur en buiten het seizoen is het gesloten. Vertrek met een volle tank uit Lake Louise of Jasper.
- Geen bereik. Op vrijwel de hele route heb je geen mobiel netwerk. Download offline kaarten en laat iemand weten wanneer je verwacht aan te komen.
- Eten. De mogelijkheden onderweg zijn beperkt en prijzig. Neem een picknick mee; bij de meren zijn mooie plekken om te eten.
- Weer. Bij Bow Summit en de Sunwapta Pass, beide boven de 2.000 meter, kan het in elke maand sneeuwen. Neem een warme jas mee, ook in juli.
Van Lake Louise naar Bow Summit
Na de afslag van de Trans-Canada Highway bij Lake Louise is Herbert Lake de eerste stop: op een windstille ochtend spiegelen de bergen er perfect in het water. Ruim 30 kilometer verder kijk je bij de Crowfoot Glacier uit op een gletsjer die ooit de vorm van een kraaienpoot had; een van de 'tenen' is inmiddels weggesmolten.
Bow Lake is een van de mooiste meren van de route, met de gletsjer aan de overkant en een historische lodge met rood dak aan de oever. Een wandeling langs het meer naar de Bow Glacier Falls kost een paar uur heen en terug. Direct daarna kom je bij Bow Summit, met ruim 2.000 meter het hoogste punt van de weg. Een kort, verhard pad leidt naar het uitkijkpunt over Peyto Lake, het felblauwe meer in de vorm van een wolvenkop. Loop na het drukke platform nog even door omhoog: daar is het rustiger en het uitzicht minstens zo mooi.
Van Bow Summit naar het ijsveld
Na de Waterfowl Lakes volgt Mistaya Canyon, waar je in tien minuten afdaalt naar een smalle, door het water uitgesleten kloof. Bij Saskatchewan River Crossing kun je tanken en iets eten. Daarna klimt de weg langs de Weeping Wall, waar water langs de rotswand naar beneden druipt, naar de haarspeldbocht van de Big Bend.
Net daarboven begint de Parker Ridge Trail, een van de beste korte wandelingen in de Rockies: circa 2,5 kilometer omhoog en 250 hoogtemeters, met boven een weids uitzicht over de Saskatchewan Glacier. Bij de Sunwapta Pass rijd je Jasper National Park binnen.
Het Columbia-ijsveld
Halverwege de route ligt het Columbia Icefield, een van de grootste ijsvelden ten zuiden van de poolcirkel. Vanaf het bezoekerscentrum zie je de Athabasca Glacier, die tot vlak bij de weg reikt. Via een kort pad loop je naar de voet van de gletsjer, langs paaltjes met jaartallen die laten zien hoe ver het ijs sinds het eind van de 19e eeuw is teruggetrokken: ruim anderhalve kilometer. Loop nooit op eigen houtje het ijs op; er zitten verborgen gletsjerspleten. Wil je op de gletsjer staan, boek dan een tocht met een speciale sneeuwbus of met een gids. Iets verderop ligt de Glacier Skywalk, een glazen platform circa 280 meter boven de Sunwapta-vallei.
Wie wil wandelen, neemt tegenover het ijsveld de Wilcox Pass Trail. Na een flinke klim door het bos sta je op een open pas met uitzicht op de gletsjers, en de kans op dikhoornschapen is er groot.
Het noordelijke deel
Ten noorden van het ijsveld daalt de weg af door de Sunwapta-vallei. Stop bij de trapsgewijze Tangle Creek Falls, direct naast de weg, en bij de Sunwapta Falls, ongeveer 55 kilometer voor Jasper. Bij het uitkijkpunt Goats and Glacier likken bergeiten soms aan de mineraalrijke rotsen boven de rivier. De laatste grote stop is Athabasca Falls: niet hoog, maar de rivier dendert hier met enorme kracht door een smalle kloof. Rond Jasper zie je nog de sporen van de grote bosbrand van 2024.
Wildlife onderweg
De Icefields Parkway is een van de beste wegen in de Rockies om dieren te zien. Zwarte beren en grizzly's grazen in mei en juni vaak in de berm, dikhoornschapen en bergeiten zie je rond het ijsveld en bij Goats and Glacier, en dichter bij Jasper lopen wapiti's. Zie je een dier langs de weg, stop dan niet op de rijbaan, maar zet je auto helemaal aan de kant en blijf erin. De maximumsnelheid is grotendeels 90 km/u; houd vooral in de schemering rekening met overstekende dieren. Meer tips staan in onze gids over wildlife spotten.
Overnachten langs de route
Langs de weg liggen een paar lodges, eenvoudige hostels en een reeks campings, van primitief tot redelijk uitgerust. Een overnachting halverwege, bij het ijsveld of bij Saskatchewan River Crossing, heeft een groot voordeel: 's avonds en vroeg in de ochtend, als de dagjesmensen weg zijn, heb je de uitzichtpunten bijna voor jezelf. Boek in juli en augustus ruim vooruit.
In de winter
De weg is het hele jaar open, maar in de winter zijn er geen voorzieningen en is er geen tankstation. In de wintermaanden, ruwweg van november tot april, zijn winterbanden verplicht, en bij lawinegevaar wordt de weg soms tijdelijk afgesloten. Check voor vertrek de wegcondities via 511 Alberta en rijd alleen als je ervaring hebt met sneeuw en ijs.
De Icefields Parkway is de spil van onze reisroute door West-Canada. Meer over de omgeving lees je bij de Rockies, praktische zaken over autohuur en parkpassen in de praktische informatie, en bij reizen vind je fly-drives waarin deze route is opgenomen.